Waarden

Een machtig maar kwetsbaar cultureel erfgoed

Cultuur

Waarden stammen niet uit het domein van de feiten, maar uit dat van de geest – het blijvende in de mens. Waarden die ons bestaan verlichten – rechtvaardigheid, schoonheid, goedheid, zuiverheid – kunnen niet uit ons natuurlijke bestaan worden afgeleid: het zijn idealen en als zodanig een uitdaging aan onze natuurlijke neigingen.

Cultuur is eveneens het domein van de geest, want menszijn is nu eenmaal meer dan louter het fysieke bestaan. Cultuur biedt ons de talen om aan ervaringen uitdrukking te geven, schenkt inzichten in de geheimen van het menselijk bestaan, formuleert waarden, en vormt zo onze identiteit. Wij kunnen weten wie wij zijn – of worden wat wij hopen te zijn – dankzij de cultuur die wij ons eigen maken.

Een cultureel erfgoed wordt gevormd door de werken van dichters, denkers en kunstenaars, die door de rijkdom van taal en diepzinnigheid altijd actueel zullen zijn, en daarom een glans van onvergankelijkheid hebben. Dit zijn de klassieke werken, niet omdat ze oud zijn – de twintigste eeuw heeft gelukkig een veelheid aan klassieke werken voortgebracht – maar om de ze de maat stellen. In dit vermogen schuilt een fundamentele betekenis van het culturele erfgoed: het is onze kritische weegschaal waarmee wij kunnen wegen wat wel of geen waarde heeft; wat wel of niet van belang is; wat goed, of schoon zal zijn. Dit is exact de reden waarom cultuur voor barbaren altijd het eerste mikpunt is en zal zijn, waarom totalitaire regimes tradities willen vernietigen en de utopie van het totale vergeten daarvoor in de plaats willen stellen. Barbaren willen niet dat hun daden worden gewogen noch dat zij worden herinnerd.

Er zijn twee vormen van macht. Er is de macht die gerelateerd is aan politiek, geld, geweld, technologie. Maar hoe oppermachtig deze macht ook mag lijken, het is slechts een macht over het fysieke bestaan en misschien duurt zij jaren, maar nooit eeuwen. Daar staat de macht van de cultuur tegenover, de macht van de geest, van de waarheid, het oordeel over wat uiteindelijk wel of niet goed zal zijn. Dat is de macht waar een dichter als Osip Mandelstam zich bewust van is als hij geconfronteerd wordt met zijn folteraars. Dit is de macht die de moed geeft om te overleven. Zij hebben geen leger. Zij hebben hun geheugen en de poëzie.

Aanbevolen literatuur

Thomas Mann, Goethe und Tolstoj. Fragmente zum Problem der Humanität, 1921.
Osip Mandelstam, Zwarte aard. Schriften uit Voronezj, jaren ’30.
Osip Mandelstam, Laatste brieven, 1936-1938.
Vasili Grossman, Leven en lot, 1959.