Interview met Knack

Het woord dat de dood verslaat is Riemens nieuwe essaybundel over de kracht van literatuur die deze maand in de winkel ligt. Hij toont zich wederom de grootste cultuurpessimist van de Lage Landen, hoewel hij het daar straks in dit gesprek hartgrondig mee oneens zal zijn. Liever omschrijft hij zichzelf als een utopist – zij het in dystopische tijden, wat zijn goede humeur verklaart als we hem spreken. Daarnaast is Riemen directeur van het Nexus Instituut, dat ook deze maand zijn jaarlijkse conferentie houdt en intellectuelen van over de hele wereld samenbrengt voor een goed gesprek.

U zet hoog in met de titel van uw nieuwe essay, Het woord dat de dood verslaat. Zijn woorden en hun betekenis niet net steeds minder en minder waard vandaag?

RIEMEN: Ik hoop heel erg van niet, dat zou dramatisch zijn. Hoe kan ik zonder betekenisvolle woorden weten of iemand echt van me houdt? Hoe kan ik weten wat echte vriendschap is, of goed en kwaad? Aristoteles wist al dat wij ons met onze taal onderscheiden van de dieren. Dat maakt ons meta-streepje-fysische wezens. Dat maakt ook dat we ons kunnen verbeelden wat liefde, schoonheid, vrede of vrijheid is. Het is de taal waardoor we onszelf leren kennen, waarmee we ons kunnen uitdrukken en ook begrip vinden voor de ander.
Maar ik ben het met u eens dat dat allemaal onder druk staat. Zeker jongeren, die zijn opgegroeid achter schermen, missen vaak het vermogen hun emoties onder woorden te brengen. Dat verklaart ook de epidemie aan eenzaamheid, leegte en verdriet onder hen. Uiteindelijk leidt dat bij sommigen tot suïcidale neigingen. Generatie Z kan alleen nog scrollen door sociale media, dat is niet de plaats waar je leert communiceren. De taal wordt hen ontnomen.

 

Lees het volledige interview hier