In gesprek met Rob Riemen

 

" De EU is verworden tot een gebruiksartikel"

Christen Democratische Verkenningen

Herfst 2009
Volgens Rob Riemen, stichter en directeur van het Nexus Instituut, is het ideaal van Europa verplat tot de wens goed renderende projecten te realiseren. Hij zegt dat vijf jaar na de conferentiereeks die hij op verzoek van premier Balkenende tijdens het Nederlands EU-voorzitterschap van 2004 organiseerde, onder de titel Europe, a beautiful idea? Het Europese beschavingsideaal was het onderwerp van de conferenties. ‘Ik heb er sindsdien niet één politicus meer over gehoord’, stelt Riemen met spijt vast. ‘Niemand vertelt de mensen meer hoe je Europeaan kunt worden.’ Een keer ten goede begint volgens hem met een herwaardering van de vormende krachten van het Europese humanisme.

Dankzij Europa kunnen mensen zich verbonden weten met een grotere identiteit. Daarin ligt volgens Rob Riemen Europa’s kracht. In dat licht benauwt het hem des te meer dat hij een hernieuwde gerichtheid op de natiestaat waarneemt. De uitdagingen waarvoor Europa staat, zijn niet veel anders dan weleer. Ze bestaan uit de zorg voor de ziel, het blijvend investeren in vorming, de cultivering van geestelijke moed en wijsheid, het scheppen van schoonheid. Volgens hem verkwanselen politici dit Europese beschavingsideaal, al dan niet moedwillig.

Een van de hoofdvragen uit deze CDV luidt: is het mogelijk en wenselijk nieuw leven in te blazen in de grote Europese idealen? Is er een wijze om aan het Europees pragmatisme en realisme voorbij te komen of is dat juist niet wenselijk? U bent een fervent pleitbezorger van het Europees humanisme als vormend en richtinggevend ideaal voor Europa. Maar is zo’n missie voor het huidige Europa niet een hopeloos achterhoedegevecht van een kleine elite?

‘Als ik niet zelf met hart en ziel overtuigd zou zijn van hetgeen het Europees humanisme te bieden heeft, zou ik mijn tijd anders gaan besteden. Gelukkig springen steeds weer mensen voor dit idee in de bres. Het ideaal van het Europese humanisme is altijd iets van een beperkte groep mensen geweest en het is ook al meermalen geconfronteerd met crisis. Het is van essentieel belang om elitair te zijn, maar dan wel in de oorspronkelijke betekenis van het woord: je verantwoordelijk weten voor het beste van de menselijk geest. Een culturele elite moet zorg dragen voor het kennen en onderhouden van de belangrijkste ideeën en waarden, de klassieke werken, de betekenis van woorden, de adel van de geest.’
‘Het Nexus Instituut biedt kanalen om de blijvende betekenis van dit ideaal voor het voetlicht te brengen. Dit ideaal leeft nog steeds en we kunnen er via bijvoorbeeld de wereld van de literatuur, klassieke muziek, film en de kunsten kennis mee maken. Het kritische punt is natuurlijk wel dat we veel van het Europees humanisme zijn kwijtgeraakt. Het hele idee wordt niet meer door de Europese elites gedragen, zij hebben het opgegeven. Toch denk ik dat het Europese humanisme een van de weinige ideeën is die nog levensvatbaar zijn om de grote problemen waarmee we worden geconfronteerd aan te kunnen, in de strijd met de kleingeestigheid, het materialistische denken en nieuwe rivaliteiten.’

[...]
Waar haalt u hoop vandaan? Wat zou er moeten gebeuren? Ziet u positieve verschijnselen?

‘Ik beschouw het succes van het Nexus-instituut als een hoopgevend verschijnsel. Het domste wat mensen kunnen zeggen is: de geschiedenis herhaalt zich niet. De geschiedenis herhaalt zich constant! Het is de voortdurende cirkel van oorlog en vrede . De menselijke natuur verandert niet; we zijn in wezen dezelfde soort als de Egyptenaren of de Grieken. De positieve keerzijde is: ook de menselijke behoefte aan kwaliteit is een gegeven. Wat ik merk is dat steeds meer mensen, vooral jongeren, doorhebben dat ze op een fantastische manier worden belazerd in deze maatschappij. Dat komt door de slechte kwaliteit van pers, media en politiek en door onderwijs dat zijn eigen vormende taak niet meer serieus neemt. De jongeren gaan dus zelf maar op zoek naar kwaliteit en intellectuele uitdaging. Er komen veel jongeren op onze lezingen, zonder dat we in de Jip en Janneke-taal vervallen die definitief in het onderwijs is doorgedrongen. De wezenlijke vorming is zichzelf noodgedwongen gaan organiseren buiten de gevestigde machten. Er bloeit veel in leesgenootschappen en in organisaties buiten de politieke partijen, media en gevestigde onderwijsinstellingen. Het gaat mis aan de aanbodzijde, niet aan de vraagzijde. Daar zit voor mij hoop. Het betekent dat als er aan de aanbodzijde iets gebeurt, er daadwerkelijk iets kan veranderen. Is het werkelijk zo moeilijk om dat aan te kondigen: Hilversum wordt gesloten, we richten een tweetal zenders op als de BBC en de rest organiseert zich zelf maar? Nee, dat is niet zo moeilijk, maar door lamlendigheid en lafheid gebeurt dat niet.’
‘De nieuws-, actualiteit- en discussieprogramma’s hebben geen kwaliteit meer. Dat is ernstig, want geen volwaardige democratie kan bestaan zonder kwaliteitsmedia. Als er één taak is van de politiek, dan is het wel het bewaken van de instituties die zo’n democratie mogelijk maken, als de historisch beste garantie dat we niet weer naar tirannie afglijden.’

U kunt het hele artikel hier lezen.

Door: Jan Prij, redactiesecretaris